Muziek in bewegingIn het artikel ´Cool´ worden de twee muziekpedagogen genoemd; Gehrels en Heerkens die begin en halverwege de 20ste eeuw bevlogen waren rondom het muziekonderwijs. Gehrels doel was kinderen van minder vermogende ouders de gelegenheid te beiden muziekles te volgens, oftewel, voor iedereen toegankelijk. Heerkens kwam tot de doelstelling dat bij muziekonderwijs voor iedereen, de wereld van het kind het uitgangspunt moest zijn. Bij Gehrels ging het om de kennis van de historie van klassieke muziek (Kunde), bij Heerkens om de kennis van het muzikaal/maatschappelijk engagement (kick), maar allebei hielden ze zich bezig met kennis.
Een hele korte inleiding wat betreft deze twee mannen. Volgens het artikel heeft de het muziekonderwijs een behoorlijke ontwikkeling meegemaakt. Volgens eerder genoemde experts werd in het basisonderwijs eind vorige eeuw weinig aandacht geschonken aan het muziekonderwijs op basisscholen. Voor het middelbaar onderwijs wordt het vervolgens een lastige opgave om het muziek vak uit te oefenen, waar moet je beginnen? Vakdocenten voor het middelbaar onderwijs kwamen er wel, maar voor het middelbaar onderwijs bleef het niveau laag, het probleem bleef dus bestaan. Langzamerhand werd het vakmuziek serieuzer genomen op middelbare scholen, zelfs zover tot een eind examen vak werd. Zelfs de overheid kwam tot de conclusie dat ze cultuuronderwijs meer prioriteit moesten geven.
En zowaar ook in het basis onderwijs wordt steeds meer aandacht geschonken voor een methodische aanpak, maar zoals Job ter Stege het vind: we zijn er nog lang niet; het komt nog steeds voor dat hij zich irriteert wanneer bruggers nog nooit hebben gezongen.
Makkelijk gezegd dan gedaanHet muziekonderwijs is in beweging heb ik gemerkt na het lezen van de artikels. Het feit dát het beweegt, veranderd en weer wordt aangepast is al een benoemenswaardig punt opzich. Er wordt dus over nagedacht, geëvalueerd en alleen al dat feit vind ik al een positief verandering en brengt ook mij aan het nadenken. De termen kennis, kunde en kick, die ter Stege aanhaalt spelen een belangrijke rol in het muziekonderwijs. Nogmaals op een rijtje: de kick is cool of ervan uit je dak gaan. De kennis is dat jezelf en de leerlingen snappen hoe het zit. De kunde is het doen wat je kunt en begrijpen wat je hoort.
Interessant om daar eens was dieper op in te gaan. Mijn eerste gedachte toen ik nog maar de inleiding van het artikel kick, kennis en kunde had gelezen was; `Het zal er vast op uitdraaien dat alle drie de elementen in balans moeten zijn en viola, dan heb je de ideale les´. Ik dacht bij mezelf, leuk daar heb je weer zo´n geijkt onderwerp, ze zullen vast gelijk hebben, maarja… ondertussen zit je misschien zelf in het onderwijs, niet wetend waar je moet beginnen om dit te bereiken. Makkelijk gezegd dan gedaan….
Stiekem vraag ik mezelf wel een beetje af of het erg zou zijn als het ietwat uit balans is. Blijkbaar was dat bij Gehrels en Heerkens ook het geval. Betekend dat dan per definitie slecht onderwijs? Gelukkig geeft ter Stege aan in het einde van zijn artikel dat het altijd een gevecht zou blijven, en dat het dat een muziekdocent zal terugvallen op zijn of haar eigen voorkeur. Fijn, een geruststelling voor een muziekdocent het hoeft dus niet allemaal perfect, maar moet je dan als muziekdocent wel je hele carrière als docent hier naar willen streven, tot moeheid toe?
DilemmaEen lastig dilemma vind ik het. Enerzijds wil ik absoluut niet het idee geven dat een muziekdocent lekker z´n eigen ding moet doen niet na hoeft te denken over de intergratie tussen kennis, kunde en kick. Natuurlijk vind het ook goed als er gekeken wordt naar mogelijkheden om muziekonderwijs te verbeteren. Ongetwijfeld zullen (muziek)docenten dan bepaalde elementen in hun lessen en lesgeven moeten aanpassen. Anderzijds komt de vraag wel eens in me op;´Waar wordt een docent gelukkig van en waar worden leerlingen nu gelukkig van?´. Misschien komt deze vraag een beetje uit de lucht vallen. Wat ik probeer duidelijk te maken is dat ik soms het idee heb dat het onderwijs teveel gericht is op wat leerlingen willen. Misschien is dat enigszins wat ongenuanceerd. Zo bedoel ik niet, ik begrijp heel goed dat lessen zo goed mogelijk aan moeten sluiten bij leerlingen dit zal uiteindelijk het onderwijs ten goede komen.
Het is goed om te kijken naar wensen, behoeften, mogelijkheden van leerlingen. Toch denk dat ik dat het ook gaat om een wisselwerking tussen docent en leerling, want los van wat de leerlingen willen en wat opgelegd wordt van hogerhand, vind ik het belangrijk te kijken naar een docent als individu en zijn motivaties, interesses, passies, kwaliteiten en valkuilen. Elke docent zal zijn voorkeuren hebben, bijvoorbeeld om meer de nadruk op kennis te leggen. Zo hebben ook de leerlingen hun voorkeuren hebben (bijv. kick).
Stoffige Weense Klassieken? Volgensmij willen we als docenten de leerlingen graag enthousiast maken! Heel goed natuurlijk, Maar is het dan niet goed om eerst te kijken waar een docent van enthousiast wordt?
Opvallend vind ik de zin in de laatste alinea van het artikel van ter Stege:´Het is dan spannend om te zien waar je op terug valt om de motivatie van leerlingen terug te winnen´. Hieruit merk een bepaald perspectief dat er erg vanuit de leerling wordt gedacht; hoe houdt ik het voor de leerling interessant? Hoe kan ik als docent het beste bij hem haar aansluiten? Ik denk dat het gaat om een wisselwerking tussen docent en leerling. Een goed voorbeeld hiervan is Jaap van Zweden . Klassieke muziek werd gezien als stoffig en saai, maar van Zweden weet zijn vak zo goed over te brengen aan middelbare scholieren, door zijn passie en bevlogenheid van deze muziek, hij laat zelf een stuk horen in de klas en je kunt een spelt horen vallen. Ik concludeer hieruit dat zijn kunde volledig voorop staat in zijn les. Hij kan zijn eigen enthousiasme op zijn eigen vakgebied overbrengen op leerlingen en zij krijgen een geweldige kick (want in het artikel wordt beschreven dat de klas het eerst volgende concert van van Zweden zich in de concertzaal bevind!). Hij hoeft geen moeite te doen om een goede balans te vinden in alle 3 de elementen (kennis, kunde en kick). Door zijn eigen bevlogenheid heeft hij in één les de leerlingen te pakken! Hij heeft niet alle elementen uitgebalanceerd, maar hij weet wel de juiste snaar te raken bij de leerlingen en hij heeft ze in de concertzaal gekregen. De klassieke muziek is gaan herleven. Heb je dan niet als muziekdocent bereikt wat je graag wilt bereiken?
Misschien is dit enigszins een extreem voorbeeld, maar wat ik hiermee duidelijk probeer te maken is dat een docent ook zijn eigen voorkeuren heeft, door deze toe te passen. Zo heb ik dat bijvoorbeeld gemerkt in mijn eigen stagetijd op het Marnixcollege. Dirk Hoekstra is daar één van de muziekdocenten. Ik heb bij één van zijn lessen aan vwo 5 gezeten. Die les ging het over de Weense Klassieken. Zo stoffig als het klinkt, zo boeiend bracht Dirk het! Hij had de klas muisstil, ook ik moest toegeven dat ik ademloos zat te luisteren. Na de les kwam er een meisje naar me toe en zei spontaan: ´Meneer Hoekstra kan altijd zo goed vertellen over de geschiedenis´. Kennis was duidelijk één van zijn kwaliteiten. En wat kon ik merken aan mijzelf én de klas dat zijn hart lag bij het vertellen over muziek. Heerlijk om daarna te luisteren: van kennis naar kick!
Eeuwige strijdTerug naar het dilemma: de docent zal altijd in tweestrijd blijven. Enerzijds alle protocollen, methodieken, didactiek en dergelijke waar een docent maar mee om moeten weten te gaan. Anderzijds zijn eigen interesses en passies. Het onderwijs blijft in beweging en ik denk dat veel docenten het me mee eens zullen zijn naar een goede balans tussen kennis, kunde en kick, ook ik ben het hiermee eens. Maar wat ik probeer te zeggen, wat vast is gebleken door dit essay heen, is dat er ook de mogelijkheid moet zijn om de eigen kwaliteiten van de docent te benutten, ook al zal dit soms ten koste gaan van de intergratie tussen kennis, kunde en kick.
Misschien houdt dat in dat een docent een uur lang heel boeiend verteld over de Renaissance, misschien ouderwetse manier van lesgeven en teveel op kennis gericht zou je in eerste kunnen denken. Maar als daar zijn passie ligt, die kan overbrengen, dan wordt de Renaissance dik hip en geeft dat zowel de leerling als de docent een kick!!
Woorden: 1413
Gebruikte bronnen:- Uit: ‘Wat is het aanbod van cultuureducaties in de onderbouw van het voortgezet onderwijs?; 21 jan 2009
- Uit: ´Cool´, Job ter Stege, 2006
- Uit: ´Zwei herzen in dreivierteltakt´, Barend Wijtman – M&O 2000-5